Peter Klaver DVM





Hilde Royen, mensendokter voor mensapen

¨Joh, bel Artis¨

Internist Hilde Royen werkt sinds 1 september 2000 in het OLVG als chef de clinique Interne Geneeskunde. Haar professie oefent ze in iets andere vorm ook uit buiten het ziekenhuis: ze is consulent voor de dierentuindierenarts van Artis, voor de mensapen.

¨Er zijn nu steeds meer dierentuinen waar mensenartsen ingeschakeld worden als apen ziek zijn, maar tien jaar geleden was het in Nederland niet gebruikelijk. Ik ben ermee begonnen in mijn doctoraal jaar Geneeskunde, eind jaren tachtig. Tijdens mijn studie heb ik als student-assistent in ziekenhuizen gewerkt omdat ik in mijn eigen levensonderhoud wilde voorzien. In mijn laatste studiejaar zocht ik naar iets leuks om er naast de studie bij te doen. Omdat de mensapen me altijd gefascineerd hebben - de chimpansees, de gorilla's en de orang oetans - besloot ik colleges 'Mensapen' te volgen bij de faculteit Diergeneeskunde in Utrecht. Helaas bestonden dergelijke colleges niet en iemand zei, als flauw grapje bedoeld: 'Joh, bel Artis!'

Dat was zo'n gek idee nog niet, dus belde ik Artis en de dierentuindierenarts, Peter Klaver, nodigde me uit voor een gesprek. Het klikte meteen en ik mocht een tijdje met hem meedraaien om uit te zoeken wat ik zou kunnen doen om bij de mensapen eventuele gezondheidsproblemen te helpen oplossen. Destijds was het zo dat in de chimpanseegroep bijna geen enkele baby volwassen werd. Veel jongen gingen binnen drie jaar dood. Heel vervelend voor Artis maar vooral voor de moederapen, en de groep vergrijsde. Als er een chimpje geboren werd dat gezond leek, zag je dat de moeder er niet goed raad mee wist. Ze had ook nauwelijks voorbeelden gehad hoe te 'moederen'.

Van de apen heb ik toen opgestoken dat het moederschap niet helemaal in je genen zit. Het is iets wat je moet leren en afkijken van andere moeders. Om erachter te komen waarom de aapjes niet opgroeiden, hebben Peter Klaver en ik eind jaren tachtig een groot gezondheidsonderzoek onder de chimpansees voorbereid. Inmiddels had ik mijn doctoraal gehaald. Omdat ik moest wachten op een plekje voor mijn co-schappen heb ik een jaar fulltime in Artis gewerkt en in die periode is dat onderzoek uitgevoerd. We hebben alle chimpansees van kruin tot teen onderzocht en bij allemaal is een echo gemaakt. Dat werd door medisch specialisten gedaan en de apparatuur kwam van Hewlett Packard. Iedereen deed enthousiast mee. Uit het onderzoek kwam naar voren dat er een virale oorzaak was voor de gezondheidsproblemen. Artis heeft daarop verschillende maatregelen genomen. De apen kregen een grotere leefruimte en bij infectie wordt eerder ingegrepen. Nu groeien de aapjes meestal voorspoedig op.

Omdat ik in de ban was geraakt van de mensapen, ben ik na afloop van dat fulltime jaar consulent gebleven voor de dierentuindierenarts. Als hij advies nodig heeft op het gebied van interne geneeskunde belt hij mij en een paar keer per jaar doe ik lichamelijk onderzoek bij een aap. De dieren moeten daarvoor onder narcose, en dat bezorgt ze veel stress. Zien ze mij, dan weten ze vaak al dat er wat gaat gebeuren. We proberen ook altijd eerst via omwegen zoveel mogelijk over hun gezondheid aan de weet te komen. Onze belangrijkste bron van informatie zijn de dierenverzorgers, want zij kennen de beesten door en door. In nauwe samenspraak met hen beslissen we wanneer onderzoek onder narcose nodig is. Zo'n lichamelijk onderzoek doen we bijna nooit in de dokterskamer, maar op locatie. Met een dier dat genarcotiseerd is moet je niet gaan slepen. We zetten de aap in zijn nachthok en daar brengen we hem met een blaaspijp en een verdovingspijltje in slaap. Ter plekke in het hok doen we het onderzoek. Dat is best spannend; het kan zijn dat de aap te vroeg wakker wordt.

Het boeiende van dit werk is dat ik gedwongen word mijn vakkennis vanuit een breder perspectief aan te wenden en goed na te denken over het nut van mijn voorgenomen handelen. Het belang van het dier staat bij mij altijd op nummer één, net als bij de mens. Er zijn dus een heleboel interessante ziektes 'mijn neus voorbij gegaan', omdat ik vond dat het dier er niks mee opschoot als ik die zou diagnosticeren. Lijdt het dier en heeft het baat bij een behandeling, dan grijpen we in, anders niet. Ook als behandelen lijden veroorzaakt, zien we ervan af, dit in tegenstelling tot de geneeskunde in het ziekenhuis. Aan een mens kun je uitleggen dat een vervelende behandeling een gunstig resultaat kan opleveren, maar een aap legt die link absoluut niet. Toen ik in Artis begon zag ik alleen maar de leuke kanten van het werk. De laatste tijd heb ik meer moeite gekregen met het behandelen van dieren in gevangenschap. Bovendien kan ik ze niet uitleggen waarom ik ze bepaalde dingen aandoe. Gelukkig boeken we successen die dat gevoel weer vergoeden.

Het consulentschap kost me veel vrije tijd, maar door mijn ervaring in Artis en nu als internist kan ik van nut zijn voor de dierentuindierenarts. Bovendien kan hij een extra hulpje goed gebruiken. Ik ben vaak degene die, als het nodig is, ergens gratis apparatuur probeert te lenen en hulp van andere specialisten inroept. Dierentuinen zitten nu eenmaal niet ruim bij kas. Ook laboratoriumonderzoek wordt door verschillende instellingen gesponsord. Zo moet je alles rond zien te krijgen. Je krijgt zoiets voor elkaar, omdat je zelf ook pro deo meehelpt. Dat spreekt mensen aan.¨

Bron: OLVG Magazine, personeelsblad